Kinderen met een ziekte of beperking

Kinderen die op jonge leeftijd een (chronische) ziekte krijgen, maken soms een andere seksuele ontwikkeling door dan gezonde kinderen. Voor de seksuele opvoeding van een kind met een lichamelijke beperking of een chronische ziekte zijn er extra aandachtspunten. We gaan hier specifiek in op kinderen met cerebrale parese, blindheid, doofheid of spina bifida.

Ziek worden op jonge leeftijd

De seksuele ontwikkeling van kinderen met een (chronische) ziekte of lichamelijke beperking is vaak anders. Dit heeft ook invloed op de seksuele opvoeding. Vaak worden zij zeer beschermd opgevoed, waardoor ze weinig gelegenheid hebben om te experimenteren met seks. Soms wordt zelfs gedacht dat kinderen en jongeren met een chronische ziekte helemaal geen seksuele gevoelens kennen. Deze opvatting houdt veel ouders tegen om hun kind informatie te geven over seks en hen de gelegenheid te geven om zich seksueel te ontwikkelen. Zieke kinderen krijgen behalve van hun ouders ook veel zorg van artsen en andere zorgverleners. Door al het 'gedokter' aan hun lijf kan het zijn dat ze onbewust hun lichamelijke gevoelens uitschakelen.

Voorbeelden van ziektes, die invloed hebben op de seksuele ontwikkeling

  • Bij cerebrale parese kan de puberteit vervroegd intreden, zowel bij meisjes als bij jongens. Schaamhaar en borstontwikkeling treden bij meisjes met cerebrale parese al met acht jaar op. De gemiddelde eerste menstruatie komt juist iets later, rond het veertiende jaar. Net zoals bij meisjes start de puberteitsontwikkeling van jongens gemiddeld eerder en loopt de ontwikkeling van schaamhaar en genitalia langer door. De vroegtijdige puberteitsontwikkeling is het gevolg van een ontremming van de hypothalamus door een beschadiging van het centraal zenuwstelsel. Jongeren met cerebrale parese hebben in de puberteit vaak heftige emoties, die sterk kunnen fluctueren. Ze hebben soms moeite om zichzelf in balans te houden, wat invloed kan hebben op het aangaan van relaties.
  • De seksuele ontwikkeling van dove kinderen verloopt over het algemeen niet anders dan die van niet-dove kinderen. Wel blijft de kennis over seksualiteit vaak sterk achter. Dit heeft onder meer te maken met de vaak moeizaam verlopende communicatie tussen opvoeders en dove kinderen. Voor kennis over seksualiteit zijn dove kinderen en jongeren erg afhankelijk van communicatie met dove leeftijdsgenoten, die zelf vaak ook slechts over beperkte kennis bezitten. Bovendien worden erotische of seksuele beelden niet zelden eenzijdig geïnterpreteerd, omdat nuanceringen niet waargenomen of begrepen worden. Dit kan ernstige gevolgen hebben.
  • Voor blinde en slechtziende baby's en kinderen verloopt de seksuele ontwikkeling vanaf het begin al anders dan voor kinderen die kunnen zien. Het ik-besef ontwikkelt zich later, waardoor blinde en slechtziende kinderen ook later onderkennen dat ze een jongen of een meisje zijn. Slechtziendheid of blind zijn werkt belemmerend in het maken van het eerste contact. Vaak vindt de eerste vorm van contact plaats via de ogen. Dit oogcontact, het kijken en bekeken worden, is voor mensen met een visuele beperking niet of nauwelijks mogelijk. Het kan ook zijn dat de ogen er minder aantrekkelijk uitzien door de aard van de beperking. Dit kan bij de eerste contacten remmend werken. Onderzoek laat zien dat er minder en later ervaring is met afspraakjes maken, verkering krijgen en de eerste seksuele ervaringen opdoen.
  • Bij spina bifida kan de puberteit vervroegd intreden. Dit geldt vooral voor meisjes. Bij hen kan de puberteit ruim anderhalf tot twee jaar eerder beginnen. Dit heeft gevolgen voor een kind als de emotionele ontwikkeling ver achterloopt op de fysieke ontwikkelingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een achtjarig meisje dat gaat menstrueren. De ernst en plaats van de beschadiging van het ruggenmerg bepaalt wat iemand wel en niet kan, ook wat seksualiteit betreft. Voor een jongen of man kan dit betekenen dat hij geen gevoel in de penis heeft en geen erectie kan krijgen. Bij vrouwen en meisjes kan het voorkomen dat zij geen gevoel in het gebied van de vagina hebben. Incontinentie kan ook voorkomen, wat een belemmering kan zijn bij het aangaan van relaties en seksueel contact.

Seksuele opvoeding

De seksuele opvoeding van een kind met een lichamelijke beperking of (chronische) ziekte behoeft extra aandacht. Zo is het belangrijk om ook bij deze kinderen seksualiteit te erkennen en erover te praten. Kinderen hebben ruimte nodig om te experimenteren en om te gaan met hun eigen lichamelijke intimiteit. Seksuele opvoeding is het begeleiden en ondersteunen van een kind bij de seksuele ontwikkeling, dus ook van een kind met een lichamelijke beperking of een chronische ziekte. Soms wordt gedacht dat kinderen en jongeren met een lichamelijke beperking of chronische ziekte helemaal geen seksualiteit kennen. Dit is niet waar. Zij zijn net als andere kinderen seksuele wezens met daarmee gepaard gaande gevoelens en behoeften. Kinderen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte doorlopen net zoals andere kinderen een seksuele ontwikkeling, zij het soms op een iets andere manier of in een ander tempo. Zij willen ook dingen weten over seks en relaties. Door met je kind te praten over seksualiteit en het te informeren laat je zien dat je je kind accepteert als seksueel wezen.

Overbescherming

Kinderen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte worden vaak zeer beschermd opgevoed. Hierdoor missen ze op jonge leeftijd nogal eens spelletjes, waarin ze kunnen oefenen met seksuele gevoelens en seksuele gedragsregels, zoals rekening houden met elkaar of eigen grenzen aangeven. De zorg van ouders leidt soms meer tot 'overbescherming' dan tot weerbaarheid. Op latere leeftijd kunnen de sociale controle en het gebrek aan privacy ook -extra- hindernissen opwerpen voor experimenteren. Daarbij hebben deze kinderen vaak te maken met veel zorg van artsen en andere zorgverleners. Ze krijgen al in een vroeg stadium te maken met functionele aanrakingen van ouders, behandelaars en verzorgers. Vaak gaan die samen met gewone knuffels en liefkozingen, een combinatie die het later extra lastig kan maken om grensoverschrijdingen te onderkennen. Daarnaast bestaat het risico dat het kind zichzelf een object voelt en afstandelijk naar het eigen lichaam gaat kijken.

Meer informatie

Hulp nodig?

Seksuele problemen zijn vaak goed op te lossen. Kijk welke mogelijkheden er zijn voor de aanpak van je probleem.

Vind hulp