Seksuele oriëntatie: waar ligt jouw voorkeur?

Seksuele oriëntatie gaat over op wie je valt, met wie je seks hebt, en hoe je jezelf noemt. Bijvoorbeeld: je kunt je aangetrokken voelen tot iemand van hetzelfde geslacht, seks hebben met iemand van hetzelfde geslacht, en je kunt jezelf homo noemen.

Maar op wie je valt, met wie je seks hebt, en hoe je jezelf noemt kan ook verschillend zijn. Bijvoorbeeld: je hebt wel eens seks gehad met iemand van hetzelfde geslacht, maar je noemt jezelf hetero. Of je voelt je seksueel aangetrokken tot mensen van hetzelfde geslacht, maar hebt alleen seks en relaties met mensen van het andere geslacht. Of je voelde je altijd heteroseksueel, maar ontwikkelt op latere leeftijd ook seksuele gevoelens voor mensen hetzelfde geslacht.

Ook is er een verschil tussen seksuele aantrekking en romantische aantrekking. Je kunt iemand bijvoorbeeld lichamelijk best aantrekkelijk vinden, maar geen verliefde gevoelens voor deze persoon hebben. En andersom natuurlijk. Seksuele oriëntatie bestaat dus uit verschillende aspecten, die los van elkaar kunnen veranderen.

Op wie val jij?

Als je op iemand van het andere geslacht valt wordt dat heteroseksueel genoemd. Iemand die homoseksueel is voelt zich aangetrokken tot personen van hetzelfde geslacht (bijvoorbeeld een man die op mannen valt of een vrouw die op vrouwen valt). Biseksueel betekent dat iemand valt op mannen én vrouwen. Mensen die aseksueel zijn voelen zich seksueel tot niemand aangetrokken, maar kunnen wel verliefd op iemand worden of masturberen. Als het voor jou niet uit maakt of iemand man, vrouw, transgender of genderqueer is noem je dat panseksueel of omniseksueel: je valt dan eigenlijk op ‘mensen in het algemeen’, ongeacht geslacht of gender.

Met wie heb jij seks?

Je kunt seks hebben met iemand van hetzelfde geslacht, of met iemand van het andere geslacht. Of soms met een man, en soms met een vrouw. Of met een transgender of non-binair persoon. En met jezelf. Of met helemaal niemand. Dat je seks met iemand hebt betekent niet per se dat je ook romantische gevoelens hebt of krijgt voor die persoon. En je hoeft jezelf niet meteen biseksueel te noemen als je uit nieuwsgierigheid een keer seks hebt gehad met iemand van hetzelfde geslacht, terwijl je normaal alleen seks hebt met mensen van hetzelfde geslacht. Tenzij je jezelf graag zo wilt noemen natuurlijk. Het kan ook zijn dat je wel graag seks hebt met mannen en vrouwen, maar liever relaties met vrouwen wilt. Nog een voorbeeld: als je een lange tijd geen seks hebt gehad betekent dat niet meteen dat je aseksueel bent. Hoe je seks hebt kan ook erg verschillend zijn. Lees meer over de verschillende manieren waarop je seks kunt hebben en wat veilig is wat niet.

Hoe noem jij jezelf?

Er zijn heel veel woorden voor het benoemen van je seksuele oriëntatie, zoals: heteroseksueel, homoseksueel, biseksueel, aseksueel, panseksueel, omniseksueel, queer, heteroflex (dat is vooral hetero), of bi-nieuwsgierig (bi-curious). Maar niet iedereen voelt zich daar prettig bij. Misschien weet je niet hoe je jezelf wilt noemen of wisselt dit. Of je vindt het eng om het hardop uit te spreken. Of je wilt jezelf gewoon niet in een hokje plaatsen.

Uit de kast komen

Uit de kast komen (of ‘coming out’) betekent dat je aan mensen in je omgeving laat merken of vertelt dat je niet heteroseksueel bent. Dus dat je niet (alleen) op mensen van het andere geslacht valt. Dit kan erg moeilijk of spannend zijn. Bijvoorbeeld omdat je bang bent dat je vrienden je ineens anders gaan behandelen. Of dat je familie jouw gevoelens niet accepteert. Uit de kast komen is daarom niet voor iedereen een optie.

Meer weten/verder lezen