Het kan zijn dat de ziekte na behandeling onder controle is, maar dat het zelfbeeld daarna matig of slecht is. Soms kan men het gevoel hebben dat het lichaam niet meer betrouwbaar is.
Na een ziekte of handicap kan men moeite hebben met het veranderde lichaam of met de veranderde situatie. Ook kan men na behandeling van een ziekte langdurig vermoeid zijn. Daardoor hebben veel mensen geen of minder behoefte aan seks, en juist meer behoefte aan intimiteit dan aan gemeenschap.
Misschien gaat op lichamelijk gebied niet meer wat eerst wel kon, waardoor seks op de vertrouwde manier niet meer mogelijk is.
Angst kan ook een reden zijn waardoor het seksleven niet meer bevredigend is. Bijvoorbeeld angst voor een nieuwe hersenbloeding of hartproblemen tijdens het vrijen. Die angst kan ook bij de gezonde partner leven.
Diverse medicijnen kunnen het seksuele leven ook beïnvloeden.
Het kan helpen om de gevoelens, angst en onzekerheid die door de ziekte op seksueel gebied ervaren wordt bespreekbaar te maken met de partner of andere personen. Als opname in een zorginstelling noodzakelijk wordt kan van te voren informatie over het seksualiteitsbeleid ingewonnen worden.




